WORD LID!
LOGIN
ZOEK
WIE IS WIE
OVER DE SITE
 

reageren | bijlagen | printversie

Onderwijsverslag 2010-2011 - beantwoording kamervragen door de minister!


Wat wordt er bedoeld met de diversiteit van de instroom die ook op havo- en vwo-afdelingen in het hoger onderwijs groter wordt?

De totale groep leerlingen in de hogere onderwijsvormen wordt meer divers. Groepen leerlingen die dit niveau voorheen niet bereikten, doen dit nu wel. Er is daarmee meer variatie in het niveau van de instroom. Daarmee neemt ook in het hoger onderwijs het aantal studenten toe dat extra aandacht of zorg nodig heeft.

Waar komt de stijging in deelname aan het hoger onderwijs vandaan? Is het een toename van leerlingen vanuit het havo en/of vwo, of anders?

De recente stijging in deelname aan het hoger onderwijs komt vooral door een toename van leerlingen vanuit het havo en vwo. Uit de referentieraming, die gebaseerd is op de onderwijsmatrix, blijkt dat de groei van het hbo uit alle vooropleidingscategorieën komt behalve uit het vwo. De groei van het wo is het gevolg van meer instroom van vwo'ers,
hbo'ers en buitenlanders. In een volgend onderwijsverslag wordt hier meer aandacht aan besteed.

In hoeverre is het budget meegegroeid met de toename van het aantal studenten in het wetenschappelijk en hoger beroepsonderwijs in de periode 2006-2010? In welke mate heeft deze groei in studenten extra druk op de structuur van het wetenschappelijk en hoger beroepsonderwijs veroorzaakt?

In de periode 2006-2010 is de ontwikkeling van het aantal studenten in het hoger beroepsonderwijs en wetenschappelijk onderwijs vertaald in het budget van het hoger onderwijs. Dit betekent dat ook de stijging van het aantal studenten is gecompenseerd.
De groei van het aantal studenten in combinatie met de verwachte toename van het aantal studenten in de periode tot 2020 is aanleiding geweest voor het instellen van de commissie 'Toekomstbestendig Hoger Onderwijs Stelsel' (commissie-Veerman). Dit advies heeft een belangrijke basis gevormd voor de Strategische Agenda Hoger Onderwijs, Onderzoek en Wetenschap die op 1 juli jl. is aangeboden en waarvoor de Kamer brede steun heeft uitgesproken.

Wanneer wordt er gesproken van een 'kleine opleiding' binnen het hoger onderwijs? Waar is die genomen grens op gebaseerd, en volgt daaruit dat opleidingen boven die grens 'groot' worden genoemd, of is er een tussencategorie? Is er gekeken naar de kwaliteit van echt grote
opleidingen?


In het hoger onderwijs betekent klein minder dan 25 studenten. Er is hier gekeken naar 5 categorieën opleidingen: (1) minder dan 25 studenten, (2) tussen de 25 en 60 studenten, (3) tussen de 60 en 250 studenten, (4) tussen de 250 en 400 studenten en (5) meer dan 400 studenten. Voor elk van deze categorieën staan de gemiddelde percentages gediplomeerden op pagina 179 en 180 van het Onderwijsverslag.

Is onderzocht waaraan de lichte stijging in het studiesucces in het wo en hbo te danken is? En zo ja, wat zijn daarvan de voornaamste redenen?

De inspectie heeft in 2011 een evaluatieonderzoek uitgebracht naar de meerjarenafspraken studiesucces in het hoger onderwijs. Daaruit bleek dat de universiteiten en de hogescholen zich voldoende inspannen om het studiesucces te verbeteren. Dit verklaart mogelijk de lichte stijging van het studiesucces in het wo. Tegelijkertijd zien we dat het studierendement in het hbo de afgelopen jaren niet is toegenomen. In het genoemde onderzoek van de inspectie werd dan ook geconstateerd, dat de inspanningen van de instellingen in de onderzochte periode
(nog) niet voldoende waren om een significante verbetering op alle indicatoren te laten zien.

Lees verder de bijlage in pdf 33 pagina's

Bijlage(n)
pdf Beantwoording Kamervragen (164 KB)



Bericht aanmelden
 
Plannen om titels hbo aan te passen
 
Subsidieregeling tweede graden hbo en wo - Vaste commissie voor Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
 
Nieuw stelsel studiefinanciering
 
Aanbod opleidingen Hoger Onderwijs
 
Studiekeuze en toelating
 
Behandeling wetsvoorstel Kwaliteit in Verscheidenheid
 
€ 13 miljoen voor praktijkgericht onderzoek
 
'Tweede nota van wijziging voorstel van wet Kwaliteit in verscheidenheid hoger onderwijs'
 
Antwoorden Bussemaker op vragen over voortgang prestatieafspraken hogescholen en universiteiten!
 
Universiteiten en hogescholen mogen gaan experimenteren met bindende studieadviezen na het eerste jaar. Toegevoegd: kamerbrief 3 april 2013
 
Laag collegegeld gelijktijdige tweede studies
 
Werkconferentie flexibel hoger onderwijs voor werkenden, 21 maart 2013
  Van: 12/03/2013
Tot: 12/03/2013


verder